Monday, June 18, 2018

Iraanse Dichter Veroordeeld en Beboet voor het Plaatsen van Foto van Man die door Politie Gewond Raakt



08 juni 2018
De Iraanse dichter en filmmaker Baktash Abtin is in Iran veroordeeld en beboet voor het plaatsen van een foto op zijn Instagram account van een man die werd aangevallen door de politie.
Het plaatsen op zijn Instagram account van een foto van een man die door de politie gewond raakt, heeft de Iraanse dichter en filmmaker Baktash Abtin drie maanden publieke dienstverlening bij de Staatsorganisatie Welzijn van Iran gekost en vijf miljoen tomans ($1.182 Amerikaanse dollar).
 “Mazdaks gezicht was ernstig gekneusd en kaken en ribben waren gebroken,” vertelde Abtin op 7 juni 2018. “Toen ik zijn foto op Instagram had gezet, kreeg die een heleboel aandacht en werd hij breed gedeeld op Internet. Enkele dagen later kreeg ik een oproep  summons  van het Revolutionaire Hof in Karaj vanwege “propaganda tegen de staat”.
Een Revolutionair Hof in Karaj, ten westen van Teheran, nam een rechterlijk besluit, dat Abtin, lid van de vervolgde Iranian Writers Association, IWA, (Iraanse Schrijvers Vereniging), zich schuldig maakte aan “Propaganda tegen de staat, toen hij een  photo foto publiceerde van Mazdak Zarafshan met een blauw oog veroorzaakt door een aanval van de politie op 2 december 2016, toen die met geweld een einde probeerde te maken aan een herdenkingsdienst memorial service  voor Iraanse auteurs die in 1998 zijn vermoord.
Mazdak Zarafshan is de zoon van Nasser Zarafshan, een advocaat die vijf jaar gevangen zat in Iran vanwege het vertegenwoordigen van de families van dissidenten die in de negentiger jaren vermoord zijn bij wat later bekend werd als de kettingmoorden chain murders.
Baktish zei dat het hof hem aanvankelijk tot een jaar gevangenisstraf veroordeeld had, maar later een rechterlijk besluit nam dat hij in plaats daarvan maatschappelijke dienstverlening moest verrichten en een boete betalen.
Er staan hem nog drie rechtszaken te wachten voor beschuldigingen betreffende nationale veiligheid, waaronder een rechtszitting op 12 juni 2018, voor het aanvallen van een politieman, naar wordt beweerd.
Die tenlastelegging is werkelijk een grap, omdat het slachtoffer en de dader zijn verwisseld,” zei hij.
“Ik was degene die voor het oog van honderden getuigen in elkaar geslagen werd en een auto in werd gesleept en naar de gevangenis gebracht.”
Een andere nog lopende zaak tegen Abtin dateert van 2013 toen het Hof voor Cultuur en Media hem en zijn collega RezKhandan Mahabadi beschuldigden van “propaganda tegen de staat” vanwege het publiceren van IWA nieuwsbrieven en flyers.
“Ik wil graag benadrukken” voegde hij er aan toe, “dat deze pressie is uitgeoefend door de instanties voor veiligheid en justitie. Maar de opsluitingen, de aframmelingen en de intimidaties zullen mij noch mijn collega’s ervan weerhouden om de vrijheid van meningsuiting te verdedigen en om de waarheid te zoeken en straf voor degenen die verantwoordelijk zijn voor de “chain murders”.

In 1998 werden schrijver Majid Sharif, politicus van de oppositie
Dariush Forouhar, zijn vrouw, Parvaneh Eskandari, en de schrijvers Mohammad Mokhtari en Mohammad Jafar Pouyandeh – allen lid van de IWA – in koelen bloede vermoord.
Een onderzoek door President Mohammad Khatami’s hervormingsgezinde regering stelde vast, dat de moorden waren uitgevoerd door “schurkachtige elementen binnen het Ministeruie van Veiligheid”, waardoor de verantwoordelijke Minister, Ghorbanali Dorri Najafabadi, moest aftreden.
Ook werden er topambtenaren op het ministerie, Saeed Eslami (Emami), Mostafa Kazemi and Mehrdad Alikhani, gearresteerd en informatie over de moorden lekte ut naar de media.
Tijdens een gerechtelijk onderzoek onthulde de aanklager dat de chain murders onderdeel uitmaakten van een systematisch beleid om politieke en culturele dissidenten binnen en buiten Iran fysiek te elimineren – beleid dat een tiental jaren eerder begonnen was met de sluipmoord op gematigd politicus uit de oppositie, Kazemi Sami, op 23 november 1988.

Iran: Zeinab Jalalian krijgt geen behandeling ondanks dat ze achteruitgaat


06 juni 2018
STFA    De algehele conditie van politieke gevangene Zeineb Jalalian is slechter geworden in de Gevangenis van Khoy, in het noordwesten van Iran, en ze krijgt nog steeds geen medische behandeling ondanks het feit, dat ze steeds zieker wordt.
Volgens verslagen wordt de Koerdische politieke gevangene Zeinab Jalalian, die lijdt aan pterygium (oogkwaal), kankerzweren in haar mond en een ernstige infectie, nog steeds medische zorg en behandeling onthouden. Ondanks het feit dat haar ziektes ernstiger worden, verzetten de gevangenisautoriteiten zich tegen haar behandeling buiten het gevangenisziekenhuis en door een medisch specialist.
Zeinabs vader, Ali Jalalian,  heeft al eerder zijn bezorgdheid uitgesproken over haar oog en over haar algehele gezondheidstoestand. Hij zei: “Ik volg al enige jaren haar behandeling. Ik heb ook verwezen naar de ambtenaren en ik heb vraaggesprekken gevoerd. Ik heb ze verteld dat ze een probleem heeft met haar oog en met haar ingewanden en zij moet hoognodig behandeld worden. Al die jaren lijdt ze al in de gevangenis en niemand besteedt er aandacht aan.”
Zeinab Jalalian, 36, afkomstig uit Makou, werd in 2008 in Kermanshah gearresteerd. Ze werd eerst ter dood veroordeeld en toen kreeg ze een levenslange gevangenisstraf op beschuldiging van “vijandschap jegens God” en “lidmaatschap van Koerdische partijen”.

Wednesday, June 13, 2018

Gesprek met de lastdrager die neergeschoten werd door een grenswacht van het Iraanse Regime



9 june 2018
Zijn naam is Jamil en hij is 24 jaar oud. Hij is 4 jaar geleden getrouwd en heeft een dochter van 8 maanden. Jamil was een jaar lang een lastdrager (kolbar), tot 3 november 2017, toen hij werd verwond door een kogel en thuis moest blijven. Een paar dagen geleden riepen autoriteiten van het regime Jamil op om zijn klacht in te trekken die hij had ingediend tegen de grenswacht die hem arbeidsongeschikt had gemaakt door hem neer te schieten.Toen hij dit weigerde heeft de grenswacht Jamil voor 2 miljoen tomans beboet voor zijn werk als torser, met één week tijd om de boete te betalen of anders de gevangenis in te gaan. 

Volgens de door de staat gerunde krant Ghanoon op 7 mei 2018, heeft Jamil al een paar maanden geen huur betaald en maakt hij zich zorgen dat zijn huisbaas hem er binnenkort uit zal gooien. De dagelijkse kosten gaan gewoon door. Jamil zegt dat hij genoodzaakt was om als goederendrager geld te verdienen voor zijn familie, aangezien er veel werkeloze jonge mensen zijn die met hun lage inkomen niet hun familie kunnen verzorgen.Hij verdiende tussen de $12 en $24 voor het over de grens dragen van een last van 50 kilo van kleren en hygiëne- en cosmetische producten. Daarvan had hij nog $3 tot $5 kosten voor zijn eigen vervoer en voedsel.

 De jonge pakjesdrager vertelt verder dat nadat hij werd beschoten en verwond door de grenswacht, ze hem dwongen enkele documenten te ondertekenen. "Terwijl ik zwaar gewond was, zei ik ze dat er niets in de papieren stond dat ik wilde ondertekenen." zegt Jamil, maar uiteindelijk werd hij toch gedwongen om te tekenen.  De officieren kwamen twee keer naar hem toe en vroegen hem om zijn klacht tegen de grenspolitie in te trekken, maar beide keren zei hij: "Ik kan niet langer werken met mijn verwondingen, dus ik trek mijn klacht alleen in als jullie mijn ziekenhuiskosten betalen." 


Na Jamils weigering stellen de officieren dat hij een boete van $500 moet betalen voor zijn werk als torser en dat hij een kwartier heeft om te betalen. Hij vertelt hen dat hij dat bedrag niet heeft en het ook niet kan krijgen. Jamil wordt vervolgens naar de gevangenis gestuurd, maar wordt de dag erna vrijgelaten op borg, door een familielid dat zijn loon geeft. Jamil krijgt vervolgens 10 dagen om het bedrag te betalen of zijn klacht in te trekken. 

"Ik heb bijna twee miljoen tomans betaald voor mijn behandeling, en ik was bereid mijn klacht in te trekken als de grenswacht mij dat bedrag zou geven." zegt Jamil. 
Wijzend op de werkeloosheidssituatie in zijn stad, voegt Jamil toe: "wat ik wil zeggen is dat als de werkzoekenden van de stad een baan zouden kunnen vinden of een bedrijf oprichten, zouden ze niet kiezen voor werk als lastdrager, met alle gevaren en problemen van dien." 
"Als ik een baan had waarmee ik $7 per dag zou verdienen, zodat ik de huur en het huishouden kon betalen, zou ik nooit als lastdrager werken." zegt Jamil. 

Korte geschiedenis:

Wat is een kolbar?
Kolbars zijn lastdragers die voor een dagloon werken op de grens van Irakees Koerdistan en Iran. Deze dragers dragen goederen over de grens. Kolbar is het Koerdische woord voor lastdrager. Het dagloon van een kolbar is over het algemeen niet hoger dan $10. Verreweg het grootste deel van de kolbars zijn Koerden die in de steden en dorpen langs de Iraans-Irakees Koerdische grens wonen. Deze kolbars zijn vaak studenten of net afgestudeerden die zichzelf financieel proberen te ondersteunen. Vanwege het gebrek aan werk-mogelijkheden voor jonge Koerden in deze regio is het torsen een van de weinige betrouwbare inkomstenbronnen. 

Van wie zijn de goederen?
De meerderheid van de goederen die gesmokkeld worden zijn van zakenlui in Teheran, de hoofdstad van Iran. Deze zakenlui gebruiken de kolbars om goederen te transporteren naar Iran, zonder belasting te betalen. Deze goederen zijn vaak ook illegaal in Iran, zoals sigaretten, alcohol, kleding en electronica (bijv. iPads, televisies, smartphones). Veel van deze zakenlui zijn beschermd van openbaarheid en vervolging, vanwege hun sterke banden met mensen binnen het Iraanse regime. 

Wie doodt de Kolbars? 
In 2016 alleen al werden 42 kolbars doodgeschoten door Iraanse veiligheidsdiensten. In 2017 werden tenminste 72 kolbars gedood of gewond door schoten van de Iraanse veiligheidsdiensten. Het is ironisch dat het Iraanse regime vaak vergunningen aan deze lastdragers geeft, maar dat ze daardoor niet beschermd zijn tegen het geweld van de grenspolitie. De troepen van het regime doden ook vaak de paarden van de kolbars.