Friday, September 29, 2017

Een vrouwelijke Iraanse asielzoeker, door de Noorse regering terug uitgezet naar Iran, kreeg zweepslagen



21 september 2017
 Het onmenselijke vonnis van 80 zweepslagen voor een asielzoeker, die in maart door de Noorse regering terug uitgezet was naar Iran, werd in Teheran uitgevoerd.
Volgens berichten uit Iran werd in de namiddag van 19 september het vonnis van 80 zweepslagen voor Leila Bayat in Afdeling 3 van het Bureau van de Strafvervolger in Teheran uitgevoerd. Jaren geleden was ze samen met drie vriendinnen veroordeeld tot 80 zweepslagen wegens het nuttigen van alcohol.
Leila Bayat en haar vriendinnen werden op borgtocht vrijgelaten en probeerden tweeëneenhalf jaar lang tevergeefs het vonnis vernietigd te krijgen, en teleurgesteld emigreerde Leila ten slotte met haar vijfjarig zoontje naar Noorwegen waar ze asiel aanvroeg, maar deze aanvraag werd in alle instanties door de Noorse immigratiedienst afgewezen.
Uiteindelijk werd zij op 11 maart 2016 van haar intussen 13-jarige zoon gescheiden en keerde terug naar Iran, en vanaf die datum probeerde ze het zweepslagenvonnis vernietigd te krijgen, maar tevergeefs, zodat uiteindelijk het vonnis uitgevoerd werd.
“Ik had de Noorse autoriteiten op de hoogte gebracht, maar tot zeven keer toe hebben ze mijn aanvraag afgewezen alsmede de door mij gepresenteerde documenten," verklaarde ze m.b.t. haar lotgevallen als vluchteling.
“Ze noemden het gerechtelijk bevel, het bewijs van mijn arrestatie, de tekst van de verdediging door mijn advocaat en verder alles wat ik als bewijzen aanvoerde vervalsingen en leugens.”
“Ze zeiden dat een deskundige op de Noorse Ambassade in Iran mijn bewijsstukken bestudeerd had en verklaard had dat een dergelijk vonnis in Iran niet opgelegd wordt. Ze hebben me dus uiteindelijk van mijn 13-jarige zoon gescheiden en terug naar Iran uitgezet.”

Iran – Qom: Vonnis van Amputatie van de Handen van Drie Gevangenen en Terechtstelling van Vier Anderen Uitgevoerd



  22 September 2017

De plaatsvervangend Officier van Justitie van het Iraanse regime in de stad Qom, heeft bekend gemaakt dat de handen van drie personen die beschuldigd worden van diefstal zijn geamputeerd en tegelijkertijd zijn er vier anderen die beschuldigd worden van aan drugs gerelateerde misdaden geëxecuteerd in Qoms Centrale Gevangenis.
Volgens het radio- en tv-agentschap van het Iraanse regime heeft de plaatsvervangend Officier van Justitie, Younes Davoudi geheten, op 21 september bovengenoemde straffen officieel bekend gemaakt.
Het is opmerkelijk, dat in juni twee jonge mannen in Teheran, beschuldigd van diefstal, door de 11e Afdeling van het Gerechtshof van de provincie Teheran veroordeeld werden tot amputatie van hun vingers.
 “Ik was gedwongen mijn toevlucht te zoeken tot stelen om aan geld te komen voor de chemotherapie van mijn vrouw,” zei één van de beschuldigden.
De verdachten zijn Tagi, 30, en Parviz, 31; dat zijn hun voornamen

Het Overheidsnieuwsagentschap Rokna interviewde een van de verdachten wiens vrouw aan kanker lijdt:
Q: Om hoeveel overtredingen gaat het bij u?
A: Vier diefstallen.
Q: Waarom hebt u gestolen?
A: Ik had geen cent om de chemotherapie voor mijn vrouw te betalen, zij heeft namelijk  kanker. Ik wet natuurlijk niet of zij nog leeft of niet.
Q: Heeft u kinderen?
A: Ja, twee dochters.
Q: Waarom heft u niet geprobeerd om werk te vinden in plaats van te stelen?
A: Ik had ongelijk.
Q: Wat gaat u doen als zij uw handen amputeren?
A: Ik weet het niet en ik heb er echt spijt van. Ik heb mijn best gedaan om ze te overtuigen, maar ik ben alleen, zit in de gevangenis en niemand kan mij helpen.
Q: Waar is uw familie nu?
A: Ik weet het niet. Ik maak me zorgen over mijn vrouw, maar zij hebben mij allemaal vergeten.
Q: Wat heeft u gedaan met de gestolen spullen?
A: We hebben het aan een man verkocht en ze zitten nu achter hem aan. Hij heeft ons maar een heel klein beetje geld gegeven.

Sunday, September 24, 2017

Iraans regime bedreigt familie van politieke gevangene wegens ondersteuning van diens staking



17 september 2017 

 Volgens berichten hebben Iraanse inlichtingenagenten in telefoontjes de familie van een politieke gevangene gedreigd met de opening van een nieuwe rechtszaak.
De dreigementen kwamen na een mondelinge boodschap van een gevangene in de ochtend van 24 augustus 2017 vanuit de centrale gevangenis van Ardabil ter betuiging van solidariteit met de politieke gevangenen in de Gohardasht-gevangenis.
De Arabische politieke gevangene Maher Ka'bi heeft alle mensenrechtenorganisaties, waaronder Amnesty International en het Europese Parlement, opgeroepen de situatie van  politieke gevangenen in Iran aan de orde te stellen.
Hij riep bovendien de Speciale UNO-Verslaggever voor de situatie van de mensenrechten in Iran, Asma Jahangir, op druk uit te oefenen op Iraanse regimefunctionarissen teneinde een einde te maken aan martelingen en herhaalde mensenrechtenschendingen van de rechten van gedetineerden en hun verbanning naar verschillende steden.
Volgens berichten probeerde zijn familie via gerechtelijke weg de verbanning van hun zoon ongedaan te maken, maar als reactie hierop verklaarden functionarissen van de inlichtingendienst dat, omdat hij de politieke gevangenen in Gohardasht steunde door een audio-boodschap in het Arabisch, een nieuwe rechtszaak tegen hem in de maak was en dat hem bijkomende gevangenisstraffen te wachten staan.
Ze dreigden ermee dat voor Maher Ka'bi bovenop zijn gevangenisstraf van 4 jaar een verdere veroordeling in het verschiet ligt en dat hem daarbij uiteindelijk een slechter lot te wachten staat. In reactie op hun telefonische boodschap vertelde de moeder van Ka’bi hun dat hun dreigementen en trucs niet werkten en dus zinloos waren. Mijn kind is onschuldig en jullie moeten hem vrijlaten.
De familie is wel erg bezorgd geworden over de conditie van hun zoon na deze dreigementen.
Hier kan aan toegevoegd worden dat meer dan 40 Arabische politieke gevangenen verbannen zijn, en dat naast zijn bestraffing hun families hen niet wekelijks kunnen treffen in de gevangenis, omdat ze daar veraf van wonen, waardoor de problemen van de families extra zwaar werden, wat in feite op een soort extra bestraffing van de families neerkomt.