Sunday, February 25, 2018

Iran: Protesten van artsen, arbeiders, studenten en zakenmensen in verschillende steden



15 februari 2018
Contractarbeiders uit de Speciale Economische Zone van Bandar Mahshah demonstreren vóór het gouvernementsgebouw.

De Iraanse Opstand

Het protest van de verschillende bevolkingsklassen, en dan met name van de kostwinners die niet meer in staat zijn hun gezin van de eerste levensbehoeften te voorzien, gaat in verschillende steden onverminderd door. Hieronder volgt een aantal protesten van afgelopen woesndag, 14 februari:
1. Een groep medisch-specialisten van het Imam-Reza-Hospitaal in Lar, provincie Fars, protesteerden tegen het uitblijven van hun salarisuitbetaling.
2. Urumieh-staalarbeiders demonstreerden vóór het provinciale gouverneursgebouw uit protest tegen het uitblijven van hun salaris sinds een heel jaar.
3. In Sirjan ging een groep chauffeurs, wier taak het was om te gaan laden bij de Gol-Gohar-mijn, in staking uit protest tegen de verlaging van de vrachtprijs. Ze blokkeerden de weg naar het Gol-Gohar-Mining-Industriële Complex. Andere chauffeurs sloten zich spontaan bij de stakers aan.
4. De arbeiders van de Haft-Tapeh-suikerfabriek gingen in staking uit protest tegen het uitblijven van de salarisuitbetaling.
5. De arbeiders van het Omran-Ninava-Instituut demonstreerden vóór het gouvernementsgebouw van Sar-Pol Zahab uit protest tegen het uitblijven van de betaling van hun werkloosheidsverzekeringspremie. Ze zijn intussen ook daadwerkelijk werkloos geworden, en wel sinds de aardbeving.
6. De contractarbeiders van de Speciale Economische Zone Bandar Mahshahr demonstreerden vóór het gouvernementsgebouw.
7. Arbeiders en contractanten van het metro-bedrijf van Cheshmeh Ali in Shahr-e Ray demonstreerden uit protest tegen het uitblijven sinds acht maanden van de betaling van hun claims.
8. Het personeel van de gemeente Nazarabad (provincie Alborz) legde het werk neer en verzamelde vóór het gemeentehuis uit protest tegen het feit dat ze al vijf maanden geen salaris ontvangen hebben en de sociale verzekeringen voor hen sinds een maand niet meer betaald worden.
9. De arbeiders van het Teheraanse busbedrijf, lid van het Sepidar-project 2 en 3, verzamelden voor de tiende dag op rij uit protest tegen het niet-opleveren van de woning waarvoor ze vijf jaar geleden al betaald hadden. In die vijf jaar werd overigens slechts 45% van het project voltooid en ligt de rest er half afgewerkt bij.
10. In Kermanshah verzamelden voor de derde opeenvolgende dag de gedupeerden van de zogenaamde "Maktab Farsh, Glim, Gabeh"-instelling vóór de rechtbank, terwijl binnen de directeur van de instelling  terechtstond. De protesterenden eisten de teruggave van hun inleg. Mohammad Reza Moshiri, de eigenaar van de instelling, drukte honderden miljarden toman, zijnde de spaartegoeden van 23.000 personen in de laatste vijf jaar, achterover. Hieraan medeplichtig waren regimefunctionarissen in Teheran en Kermanshah, na een campagne van intensieve regeringspropaganda.
11. Studenten en afgestudeerden van de ingenieursopleiding in Mashhad protesteerden tegen de maatregel van het regime om hun ingenieursgraad en speciale werkstatus af te schaffen.

12. Een groep winkeliers van het Plasco-gebouw verzamelde vóór het parlement en het gemeentehuis van het 12e district uit protest tegen het feit dat agenten van het regime geweigerd hadden het niet-beschadigde deel van het gebouw te heropenen en tegen het uitblijven van een antwoord op hun eisen en problemen.
13. In Mashhad ging een arme man, die ten gevolge van zijn armoede en werkloosheid al vier  jaar lang zijn stroomverbruik niet meer had kunnen betalen, naar het bureau van het energiebedrijf in Mashhad, district 2, en stak dit in brand.
14. In de afgelopen dagen zijn taxichauffeurs in het district Andisheh van Teheran en taxichauffeurs in Kerman en Qom .... in staking gegaan. In Kerman hebben boze chauffeurs het kantoor van het staatstaxibedrijf, genaamd Snap, aangevallen en de inboedel vernield.


Monday, February 19, 2018

UN-experts bezorgd over christenvervolging in Iran



11 februari 2018

Mensenrechtenexperts van de Verenigde Naties: "Leden van de christelijke minderheid in Iran, vooral diegenen, die tot het christelijk geloof zijn overgegaan, zijn blootgesteld aan zware discriminatie en religieuze vervolging."

De op 4 februari vastgelegde beroepszitting voor drie in Iran tot lange gevangenschap veroordeelde christenen (foto) werd verdaagd. Een nieuwe zittingsdag is nog niet bekend. Pastoor Victor Bet-Tamraz en Hadi Asgari werden in juli 2017 in Teheran met de alomvattende beschuldiging "aanslag op de staatsveiligheid" ieder tot 10 jaar gevangenis veroordeeld. Het vonnis tegen Amin Afshar-Naderi luidde 15 jaar hechtenis. De Justitie beschuldigt hen van missie, bijbelverspreiding en huiskerkenactiviteiten.

De vonnissen zijn deel van een verscherpte vervolgingscampagne van het islamitische regime in Iran, die zich in het bijzonder tegen christenen met een moslimafkomst richt. Pastoor Victor Bet-Tamraz en Amin Afshar-Naderi zijn beiden na een gedeponeerde borgsom momenteel op vrije voet, terwijl Hadi Asgari zich verder in de Teheraanse Evin gevangenis in hechtenis bevindt. Alle drie christenen zijn in beroep gegaan tegen de vonnissen.

Ten aanzien van de ophanden zijnde beroepszitting hebben zich vier mensenrechtenexperts van de Verenigde Naties bezorgd geuit over de christenvervolging in Iran en een eerlijk en transparant proces voor de drie genoemde christenen geëist.

Bij de UN-experts gaat het om:


  • Ahmed Shaheed, speciaal rapporteur voor godsdienst- en overtuigingsvrijheid
  • Mevrouw Asma Jahangir, speciaal rapporteur voor de mensenrechtenomstandigheden in Iran
  • Fernand de Varennes, speciaal rapporteur voor minderhedenkwesties
  • Dainius Puras, speciaal rapporteur voor het recht op gezondheid

In een gemeenschappelijke verklaring van 2 februari uitten de experts zich ontzettend bezorgd over de lange gevangenisstraffen, die in het vroegere gerechtsproces tegen pastoor Victor Bet-Tamraz, Amin Afshar-Naderi en Hadi Asgari werden opgelegd. Met deze vonnissen heeft het Teheraanse regime haar internationale verplichtingen uit de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en het 'International Covenant on Civil and Political Rights' (Internationaal Verdrag over Private en Politieke Rechten) verloochend.

"Wij zijn bovendien bezorgd, dat hun in gevangenschap de medische verzorging zal worden geweigerd en zijn vooral bezorgd over de actuele gezondheidstoestand van Hadi Asgari die zich verder in gevangenschap bevindt", voegden zij eraan toe.

Naar vermelding van de UN-experts gaat het bij de vervolging van de drie christenen niet om een individueel geval. Zij zouden berichten over meerdere andere gevallen hebben ontvangen, waarbij tegen leden van de christelijke minderheid zware straffen opgelegd werden, nadat zij van een "aanslag op de staatsveiligheid" werden beschuldigd, omdat zij het evangelie hadden verkondigd of aan bijeenkomsten in huiskerken hadden deelgenomen.

"Hieruit blijkt het verontrustende voorbeeld, waarbij personen wegens hun godsdienst of hun overtuigingen worden aangevallen, in dit geval, omdat zij tot een religieuze minderheid in het land behoren."

"Leden van de christelijke minderheid in Iran, vooral diegenen, die tot het christelijk geloof zijn overgegaan, zijn blootgesteld aan zware discriminatie en religieuze vervolging."

De UN-experts verzochten het Teheraanse regime zijn verplichtingen, volgens de internationale mensenrechtenwetten, na te komen. Bovendien verzochten zij de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van diegenen, die wegens uitoefening van hun recht op godsdienst- en overtuigingsvrijheid in Iran in gevangenschap zijn.

Thursday, February 15, 2018

Minderjarigen met de dood bestraft: gruwelijke executies in Iran





02 februari 2018
In januari zijn in Iran drie gevangenen, waaronder een jonge vrouw, terechtgesteld, die als minderjarigen ter dood veroordeeld werden. De commissaris voor de mensenrechten van de Duitse bondsregering verlangt een einde aan deze praktijk van terechtstellingen, die botst met het Volkenrecht.
Het regime van Teheran volhardt verder in het opleggen van de doodstraf aan minderjarigen. Alleen al in januari werden drie executies van gevangenen bekend, die ter dood veroordeeld werden, toen ze nog minderjarig waren. Ondanks talrijke internationale protesten heeft het regime daarmee opnieuw in strijd met de wereldwijd geldige mensenrechtenwetgeving gehandeld. Minstens 80 gevangenen, die als minderjarige ter dood zijn veroordeeld lopen op dit moment het gevaar geëxecuteerd te worden.
De internationale mensenrechtenwetgeving verbiedt pertinent het gebruik van de doodstraf tegen personen, die bij het begaan van de daad waarvan zij beschuldigd worden, nog geen 18 jaar zijn. Met de terechtstellingen in januari heeft het regime van Teheran opnieuw zijn wreedheid tegenover de eigen bevolking en zijn volledige verachting voor kinderrechten gedemonstreerd.
Op 30 januari werd in de gevangenis van de noord Iraanse stad Noshahr de 21-jarige Mahbubeh Mofidi (foto) geëxecuteerd. Volgens mensenrechtenactivisten was zij 17 jaar oud, toen ze ter dood werd veroordeeld. Ze werd vier jaar lang in een dodencel in de gevangenis opgesloten.

Al op 4 januari werd in Teheran de 18-jarige Amirhossein Pourjafar geëxecuteerd. Hij was op het tijdstip van de daad waarvan hij beschuldigt wordt pas 16 jaar oud.

In de zuid Iraanse provincie Bushehr  werd op 30 januari de 22-jarige gevangene Ali Kazemi (foto) geëxecuteerd. Hij was pas 15 jaar oud, toen hij gearresteerd werd. Kort daarna werd hij ter dood veroordeeld. Zijn advocaat werd voorafgaand aan de executie niet geïnformeerd en zijn familie werd geen gelegenheid tot een afscheidsbezoek gegund.

Mensenrechtengezanten van de Duitse bondsregering verlangen een einde aan deze praktijk van doodstraffen

Daarover verklaarde de mensenrechtengezant van de Duitse bondsregering, Bärbel Kofler, op 31.01.2018 in in een persbericht:
„Ik ben ontzettend geschokt, dat Iran gisteren de jonge Iraniër Ali Kazemi terechtgesteld heeft.
Ali Kazemi was op het tijdstip van de daad waarvan hij beschuldigd wordt pas 15 jaar oud. Zijn terechtstelling is daarmee een volkomen onacceptabele schending van het volkenrecht! Zijn advocaat was niet van de geplande terechtstelling op de hoogte gebracht.
Dit is in dit jaar al minstens de tweede terechtstelling van een op het moment van de daad minderjarige in Iran. Veel meer personen die op het tijdstip van de daad waarvan ze beschuldigd worden minderjarig waren, bevinden zich in dodencellen. Daaronder is ook Hamid Ahmadi, die op het tijdstip van de ten laster gelegde feiten pas 17 jaar oud was. Er bestaat gerede twijfel of de werkwijze voldoet aan rechtsstatelijke principes.
Deze terechtstellingspraktijk moet ophouden!
Iran heeft zowel de UN conventie  over de rechten van het kind als het Internationale verdrag over burgerlijke en politieke rechten geratificeerd, die beiden de terechtstelling van op het tijdstip van ten laste legging minderjarigen verbieden.
Ik appelleer daarom met nadruk aan alle verantwoordelijken in Iran: Zet de voltrekking van het doodvonnis tegen Hamid Ahmadi en verdere veroordeelden per direct stop.“