Stichting Van De Familieleden
There are different kinds of people in the world: Poor or rich , sad or happy, good or bad and... But the worse is Voiceless people. So lets be their voice.
Friday, June 21, 2019
Vrouwelijke Arbeidsactivisten Blijven Na 40 Dagen In De Gevangenis
12 juni 2019
Drie vrouwelijke arbeidsactivisten blijven na 40 dagen in de gevangenis sinds ze gearresteerd zijn tijdens een protestdemonstratie op de Dag van de Arbeid op 1 mei 2019, tegenover het parlement van de geestelijk leiders in Teheran.
De drie vrouwelijke arbeidsactivisten zijn Marzieh Amiri, Neda Naji en Atefeh Rangriz, die onder 15 activisten door de veiligheidstroepen wreed werden gearresteerd in de demonstratie van 1 mei tegenover het parlement.
Het bevel tot detentie van Neda Naji en Marzieh Amiri is met nog een maand verlengd. De aanhouding van Atefeh Rangriz is omgezet in borgtocht, maar de gevangenisautoriteiten hebben onder verschillende voorwendsels voorkomen dat ze werd vrijgelaten. De ambtenaren van het parket van Evin zeggen dat ze geen borgtocht voor mevrouw Rangriz accepteren, omdat een nieuwe aanklacht is toegevoegd aan haar zaak.
Marzieh Amiri is overgebracht naar de algemene afdeling van de Evin-gevangenis, maar Neda Naji is teruggekeerd naar eenzame opsluiting, ondanks het voltooien van haar verhoren. Atefeh Rangriz is na afronding van haar ondervraging teruggebracht naar de Qarchak-gevangenis in Varamin.
De families van degenen die zijn gearresteerd tijdens de Dag van de Arbeid hebben zich sinds 2 mei voortdurend buiten de Evin gevangenis verzameld om onvoorwaardelijke vrijlating van hun familieleden te eisen.
Uit angst voor protesten op de Dag van de Arbeid heeft het geestelijke regime vooraf arbeidersactivisten gearresteerd en vastgehouden. Bij een incident op 26 april 2019 werd door veiligheidstroepen een inval gedaan bij een ceremonie in Jahan Nama Park aan de Teheran-Karaj Highway, waarbij 12 arbeidersactivisten werden gearresteerd. Onder hen waren vrouwelijke arbeidsactivisten mevrouw Parvin Mohammadi, vicevoorzitter van de Vrije Unie van Iraanse Arbeiders en mevrouw Haleh Safarzadeh, die in bewaring werden gehouden tot na de Dag van de Arbeid.
Parvin Mohammadi was eerder gearresteerd op 29 januari 2019 en gevangengenomen in de Evin gevangenis. In maart werd ze op borgtocht vrijgelaten.
Monday, September 10, 2018
Saturday, August 18, 2018
Zij, die zich aan hun afspraak met de VRIJHEID hebben gehouden
De verjaardag van het bloedbad van 1988
onder 30.000 politieke gevangenen in Iran
Het bloedbad van 1988 onder ruim 30.000
politieke gevangenen in Iran wordt omschreven als de ergste misdaad tegen de
menselijkheid sinds de Tweede Wereldoorlog. [1]
28 jaar na deze genocide weigert het
Iraanse regime nog steeds de terechtstellingen te erkennen of informatie te
verstrekken over het aantal gevangenen dat is gedood.
Op basis van ooggetuigenverslagen van
overlevenden was het bloedbad al minstens een jaar van tevoren voorbereid. De
opdracht tot het bloedbad kwam rechtstreeks van Khomeini in de vorm van een
religieus decreet (fatwa), waarin werd opgeroepen tot de executie van al
diegenen die de Iraanse oppositie vastberaden bleven steunen. [2]
Een zogenaamde amnestiecommissie (beter
bekend onder gevangenen als de Doodscommissie) stelde elke gevangene een
eenvoudige vraag: steunt u nog steeds de oppositie?
Wie met ja antwoordde, werd meteen
geëxecuteerd, zelfs als al hadden ze hun oorspronkelijke gevangenisstraf reeds
uitgezeten. [3] Geen van de slachtoffers had tijdens de detentie nieuwe
activiteiten ontplooid en velen van hen waren ten tijde van de oorspronkelijke
arrestatie en vervolging 15 of 16 jaar oud.
De terechtstellingen begonnen in de
laatste week van juli, bereikten een hoogtepunt in de periode van 28 juli tot
14 augustus en gingen op sommige plaatsen door tot in de herfst en zelfs het
jaar daarop.
De overgrote meerderheid van de
slachtoffers waren natuurlijk leden en aanhangers van het Iraanse verzet, maar
in een later stadium sloeg de opdracht op andere groepen.
Gevangenen werden in groepen opgehangen,
soms 10 tot 15 tegelijk, en later met afvalvrachtwagens de gevangenis uit
vervoerd en in massagraven begraven. Er was geen enkel mededogen met wie dan
ook, zelfs niet met jonge meisjes en zwangere vrouwen.
Khomeini's haast om te executeren was zo
afschuwelijk dat veel van zijn naaste vertrouwelingen er hun twijfels over
hadden. Hossein Ali Montazeri, de gedoodverfde opvolger van Khomeini en
destijds de op één na hoogste autoriteit van het land, drong aan op clementie
en een bedachtzamere uitvoering. [4]
In zijn in december 2000 gepubliceerde
memoires wees Montazeri op de wrede martelingen waaraan jonge meisjes en
vrouwen onderworpen werden, voordat zij tijdens het bloedbad van 1988 werden
terechtgesteld.
In een beroemde brief aan Khomeini, die
leidde tot zijn degradatie, schreef Montazeri: "U zult waarschijnlijk bij
uw besluit blijven, maar beveel dan op zijn minst (de drie man tellende
Doodsommissie) om hun uitspraken te baseren op eenparigheid van stemmen, niet
op die van stemmenmeerderheid. En er moeten ook uitzonderingen worden gemaakt
voor vrouwen, met name vrouwen met kinderen. En tot slot, de terechtstelling
van enkele duizenden mensen in een paar dagen tijd zal averechts werken."
Uit deze brief kunnen we de rol en de
impact begrijpen van vrouwen in de gevangenissen van die tijd. Ze waren sterk
en veerkrachtig en inspireerden tot verzet, hoewel ze wisten dat ze de
gruwelijke ervaring van verkrachting moesten doorstaan voordat ze werden
opgehangen. Maar zij zeiden NEE tegen de beulen.
Naar verluidt was in september 1988 80
procent van de vrouwen van de oppositie die in de Vrouwenafdeling 3 van de
Evin-gevangenis waren opgesloten, afgeslacht. Onder de slachtoffers bevonden
zich ook een groot aantal mensen uit verschillende beroepsgroepen, waaronder de
kandidaten voor de parlementsverkiezingen Fatemeh Zare'ii uit Shiraz en Zohreh
Ainol-Yagheen uit Isfahan. Dr. Hamideh Sayyahi en Dr. Shourangiz Karimian,
samen met haar zus, en de nationale volleybalteamspeler Forouzan Abdi behoorden
eveneens tot de terechtgestelden tijdens het bloedbad van 1988.
Een audiofragment dat Montazeri's familie
onlangs op zijn website uitbracht, onthult ook vreselijke details over het
afslachten van vrouwen. Op de bandopname van de ontmoeting van Montazeri met
leden van de Doodscommissie staat een voorbeeld van de terechtstelling van een
15-jarig meisje dat pas twee dagen eerder in de gevangenis gestopt was met de
bedoeling haar weerspannige broer te breken, maar dat ook terechtgesteld werd
omdat ze haar terechtgestelde broer niet afviel.
Op de band staat ook een verwijzing naar
de terechtstelling van een zwangere vrouw in Isfahan.
Het totaalbeeld van het bloedbad van 1988
is volstrekt onbevredigend, omdat het om een omvangrijk bloedbad ging dat in
gevangenissen in het hele land plaatsvond. In sommige gevallen was er geen
enkele overlevende. Het klerikale regime behandelde alle informatie over het
bloedbad als topgeheim en stond geen lekken toe.
Wat over het bloedbad bekend is, is dus
geëxtraheerd en samengevoegd uit het beperkte aantal meldingen van overlevenden
en families die werden opgeroepen om de lichamen van hun dierbaren te komen
ophalen [5] en uit losse opmerkingen van voormalige regimefunctionarissen,
zoals vermeld in dit artikel.
De keerzijde van deze misdaad tegen de
menselijkheid is natuurlijk de standvastigheid van een generatie gevangenen die
niet wankelde onder de dreiging van de dood en die hun identiteit verdedigde,
die voor hen overeenkwam met de vrijheid van hun natie. Op die manier
bevestigden ze het recht van hun natie op vrijheid van keuze en van denken, en
veranderden ze deze grote misdaad tegen de menselijkheid in een episch humane
belichaming van menselijke genade en moed die elk menselijk wezen met een
geweten nederig stemt.
Het Iraanse verzet heeft opnieuw
opgeroepen tot internationale vervolging van alle daders van het bloedbad van
1988 en van de misdaad tegen de menselijkheid in Iran, die nog steeds aan de
macht zijn en belangrijke gezaghebbende posities bekleden. Daartoe behoren
Khamenei (toentertijd president onder Khomeini), Rafsanjani (toentertijd
waarnemend opperbevelhebber van de strijdkrachten), Rouhani (toen assistent van
de waarnemend opperbevelhebber van de strijdkrachten) en leden van de
Doodscommissie, nl. Mostafa Pour-Mohammadi (nu minister van Justitie onder Hassan
Rouhani), Hossein-Ali Nayyeri (nu hoofd van het Hooggerechtshof voor tuchtzaken
voor rechters onder Rouhani), Morteza Eshraqi (toenmalige aanklager), en
Ebrahim Raeesi (een van de topambtenaren, lid van de Raad der Wijzen, en het
door Khamenei benoemde hoofd van de stichting Astan Qods-e Razavi, een
belangrijke politieke en economische factor die de oorlogsinspanningen van het
regime financiert).
[1] Een voormalig plaatsvervanger van het
Ministerie van Inlichtingen nam in 2008 een videoclip op, waarin hij onthulde
dat het klerikale regime zo'n 33.700 politieke gevangenen had afgeslacht en
begraven in massagraven. Volgens Reza Malek zijn er 170 tot 190 massagraven
over het hele land.
[2] "Wie op enig moment lid blijft (van
de oppositie) moet terechtgesteld worden", aldus Khomeini's fatwa.
[3] Khomeini wees een driekoppige
zogenaamde 'Amnestiecommissie' aan, die summiere processen voerde en gevangenen
alleen maar ondervroeg om hun lot te bepalen.
De vragen draaiden om de vraag of de
gevangene trouw bleef aan het verzet. Als de gevangenen niet bereid waren om
volledig mee te werken met het regime en tegen de oppositie, werd dit gezien
als een teken van sympathie voor de betreffende organisatie en werd het vonnis
onmiddellijk uitgevoerd.
[4] Montazeri werd gedegradeerd en onder
huisarrest geplaatst tot zijn dood in 2009, vanwege zijn protesten tegen het
bloedbad.
[5] Een bericht uit Shiraz geeft aan:
"Toen wij de geruchten over de slachtpartijen onder het publiek
verspreidden, verwezen we naar de gevangenis. Executeurs vertelden ons: 'Wat
verwachtte je, dat we je snoepjes en koekjes zouden serveren? Op één dag hebben
we 860 mensen tegelijk gedood! Als u nu nog een uitvaart organiseert, zullen
wij ook uw huis verwoesten."
Sunday, August 12, 2018
Spoorwegarbeidersstaking wegens achterstallig loon gaat onverminderd door
08
augustus 2018
Een
spoorwegarbeidersgroepering in Iran heeft in een verklaring gezegd dat de
arbeiders in staking zullen blijven tot hun eisen worden ingewilligd.
De spoorwegarbeiders
zijn in Iran sinds 20 juli in staking, in steden als Arak, Azarbaijan, Isfahan,
Khorasan, Lorestan, en Zanjan, met als eis de uitbetaling van hun
achterstallige loon van twee maanden.
In
de verklaring wordt geëist dat de duizenden arbeiders, die verantwoordelijk
zijn voor de werking van de spoorlijnen van het land, hun salaris uitbetaald
krijgen. Zij eisten ook vaste contracten, een onmiddellijke beëindiging van
ontslagen, verzekeringsvoordelen, het recht om een vakbond te vormen en het recht
om te protesteren.
De
regering-Hassan Rouhani heeft herhaaldelijk beloofd erop toe te zien dat de
lonen worden uitbetaald, maar dat heeft tot nu toe tot geen enkel resultaat
geleid.
Protest
door molenarbeiders
Natuurlijk
zijn de werknemers bij de spoorwegen niet de enigen die tegen de achterstallige
lonen protesteren. Honderden arbeiders van de suikerrietmolen van Haf Tapeh
verzamelden zich voor de tweede dag op rij op zaterdag vóór het hoofdkantoor
van het industriecomplex om te protesteren tegen de achterstallige lonen.
Volgens
een verklaring van de vakbond van werknemers van Haf Tapeh in april hadden ze
hun loon maandenlang niet ontvangen, en hadden ze in maart nog steeds hun
nieuwjaarsbonus niet ontvangen.
De
eigenaar van de fabriek beschuldigde geïmporteerde suiker van het drukken van
de prijzen en van de moeilijkheden om het bedrijf terug winstgevend te maken,
maar tijdens een protest afgelopen januari verklaarde arbeider Isma'eil Bakhshi
dat de werknemers geen geld hadden, en dat ze zelf iets moesten ondernemen. Hij
en verschillende andere demonstranten werden gearresteerd.
Opstand
Iran
is dagelijks getuige geweest van massale protesten sinds afgelopen december,
nadat een ontwerpbegroting was bekend geworden die de subsidies voor de armen
verlaagde ten voordele van hogere militaire uitgaven. De protesten mobiliseerden
al snel de mensen met hun grote aantal grieven en mondden uiteindelijk uit in
een algemene opstand tegen het regime. Velen verwijten het regime dat het
buitenlandse oorlogvoering en steun aan terrorisme boven de veiligheid en het
welzijn van het Iraanse volk stelt.
De
opstand verspreidde zich snel naar ten minste 142 steden in Iran, en dat in
alle 31 provincies, meer dan vier maanden voordat de VS zich terugtrok uit de
nucleaire deal met Iran. Sinds die terugtrekking zijn de protesten tegen het
regime en tegen de falende economie alleen maar toegenomen. Nu zijn zelfs die
groepen, die van oudsher loyaal aan het regime zijn, de straat opgegaan.
Het
regime heeft geprobeerd om de schuld van de protesten op "buitenlandse
vijanden" af te schuiven, maar de realiteit is dat de financiële situatie voor
de werkende klasse erbarmelijk is, met een minimumloon dat neerkomt op $ 200
per maand.
Activist
Jafar Azimzadeh zei: "Waar anders ter wereld vind je een werknemer wiens
loon vier keer onder de armoedegrens ligt en die door de politie tot werken
wordt gedwongen? Dit is een misdaad. Dit is slavernij."
Subscribe to:
Posts (Atom)





