Thursday, December 21, 2017

Iran: Terechtstellingen gaan gewoon door, zelfs op de Internationale Dag van de Mensenrechten



 18 december 2017
11 terechtstellingen in vier dagen

STFA roept de hele Iraanse bevolking, en meer speciaal de jeugd, op om te protesteren tegen deze meedogenloze straffen en om hun solidariteit met de families van de slachtoffers te betuigen. De internationale gemeenschap zou haar handel en haar akkoorden met dit regime afhankelijk moeten maken van een onmiddellijke stopzetting van terechtstellingen en folteringen.

Vorige week, precies op de Internationale Dag van de Mensenrechten, ging de routine van zweepslagen, folteringen en terechtstellingen gewoon door in het Iran van het religieus fascisme, wat weer meer slachtoffers eiste.
Van 11 tot 14 december vonden er in Iran 11 terechtstellingen plaats, en wel in Sari, Kermanshah, Ardebil, Isfahan, Khuy en Shiraz. Daaronder waren ook drie openbare ophangingen. In deze periode werden minstens 14 inzittenden van de Karaj-gevangenis, ten westen van Teheran, ter dood veroordeeld.
Op 11 december werden vijf gevangenen tegelijk terechtgesteld in de Diesel-Abad-gevangenis van Kermanshah, en één gevangene werd opgehangen in de Sari-gevangenis (Noord-Iran).
Met de bedoeling een sfeer van angst in het hele land te creëren, hing het regime twee gevangenen in het openbaar op die ervan beschuldigd waren Asghar Ghezavati, een lid van de Iraanse politie, gedood te hebben. Deze terechtstellingen vonden op 13 december plaats in Isfahan.
Een van deze twee, Abdul-Majeed Hassan Zehi, werd opgehangen zonder voorafgaande informatie over het tijdstip van zijn terechtstelling. Twee dagen vóór zijn ophanging werd hij plotseling in eenzame opsluiting geplaatst. Deze criminele maatregel deed het publiek in woede ontsteken.
Op 14 december werd een gevangene in Khuy in het openbaar opgehangen. En een andere gevangene werd op dezelfde dag in Shiraz opgehangen.
De aanhoudende reeks wrede ophangingen is bedoeld om het klimaat van angst te intensiveren en sociale onrust te voorkomen. Op 10 december waarschuwde Brigadier-generaal Mohammad Reza Yazdi, commandant van de zogenaamde Mohammad-Rasulollah-divisie, met de opdracht de veiligheid in Teheran te waarborgen, voor een sociale aardbeving.
Mahmoud Sadeghi, een Iraans parlementslid, sprak zijn bezorgdheid over de “mega-uitdagingen” die het regime te wachten stonden.

Monday, December 18, 2017

verklaart het hoofd van het Iraanse Sreenkoolmijnverbond



 11 december 2017 12:43

Ten gevolge van gedateerde veiligheidsuitrustingen, die bovendien niet aan de internationale standaarden voldoen, zijn de werkomstandigheden in de Iraanse kolenmijnen uiterst hard, zelfs met levensgevaar voor duizenden van ’s lands mijnwerkers.
“Het leven van 13.000 mijnwerkers loopt gevaar”, verklaart het hoofd van het Iraanse Sreenkoolmijnverbond.
Geconfronteerd met het feit dat alle regeringen er een gewoonte van gemaakt hebben de  veiligheidsstandaarden te promoten, moet hij toegeven dat deze in Iran verwaarloosd werden, dit met levensgevaar voor 13.000 kompels.
Mohammad Mojtahedzadeh erkende de tekortkomingen bij de veiligheidsmaatregelen in de kolenmijnen met de woorden: “we zijn nog steeds niet vertrouwd met de veiligheidsstandaarden in mijnen.”
Volgens Mojtahedzadeh werken de Iraanse kolenmijnen sinds hun opstarten in 1966 met verouderde Russische technologie, zonder enige modernisering sindsdien. (aldus het ILNA-Staatsnieuwsagentschap, 4 december 2017).
Sinds vele jaren al hoort Iran bij de laagste landen wat betreft arbeidsongevallen.
Zoals ook toegegeven door Alireza Mahjoub, Iraans parlementslid en secretaris-generaal van het Arbeidshuis: “wat arbeidsongevallen betreft staat Iran wereldwijd op de voor- of derde laatste plaats, wat ik erg zorgwekkend vind.” (officiële IranOnline-website, 29 april 2017)
Het moge duidelijk zijn dat de voornaamste oorzaak van arbeidsongevallen de passiviteit is van de regimefunctionarissen en hun ignorantie m.b.t. de gezondheid en veiligheid van arbeiders in fabrieken en industriële complexen, zoals kolenmijnen, waarbij voor de regimefunctionarissen de uitbuiting van arbeiders het enige is wat telt.
De voornaamste oorzaak van arbeidsongevallen in fabrieken, en meer in het bijzonder kolenmijnen, is de inzet van onvoldoende veilige uitrustingen, en wel zo erg dat aan geen enkele veiligheidsstandaard voldaan wordt.
Dit heeft tot een punt geleid waarop arbeidsongevallen de arbeiders elk moment kunnen treffen. De vernietigende explosies in zowel de Yurt-kolenmijn als in de Boyer-Ahmad-staalfabriek zijn slechts enkele voorbeelden hiervan.
De veiligheidssituatie in de Minudasht-kolenmijn was zo kritiek dat de provinciale overheid deze na protesten van de mijnwerkers moest sluiten.
Kolenmijnen in Ramyan en Azadshahr werden om dezelfde reden eveneens gesloten.
Terwijl mijnwerkers voortdurend het slachtoffer zijn van arbeidsongevallen en ten aanzien van de hartverscheurende rampen in Iraanse kolenmijnen ontkent het mullah-regime elke tekortkoming en geeft in plaats daarvan de mijnwerkers de schuld. M.b.t. het ongeval in de Yurt-kolenmijn in de provincie geven de regimefunctionarissen zelfs openlijk de schuld aan de mijnwerkers, zoals de gouverneur in Golestan, die verklaarde dat “de nalatigheid van een reparatiemonteur de explosie in de kolenmijn had veroorzaakt.” (aldus het officiële Mehr-nieuwsagentschap, 3 mei 2017)
De minister van arbeid ‘Rabiei’ wees eveneens met de beschuldigende vinger naar de mijnwerkers door te zeggen dat “blijkbaar de locomotief van de kolentransporttrein bij het werk op 700m onder de grond pech kreeg en de explosie plaatsvond nadat een batterijlader gebruikt werd om de locomotief weer op te starten.” (officiële Shargh-krant, 3 mei 2017)
En dat alles gebeurt omdat de uiterst zware werkomstandigheden dergelijke incidenten in mijnen gezien de onveilige uitrustingen en het gebrek aan modernisering onvermijdelijk maken.
Ondanks al deze problemen en ellende van de mijnwerkers waarbij deze ook nog eens meedogenloos door regimefunctionarissen uitgebuit worden, moeten ze diep onder de grond in twee ploegendiensten werken, vaak in ploegendiensten van 10 uur, 4 uur meer dan wettelijk toegestaan.
Zo moeten Iraanse mijnwerkers onder onmenselijke omstandigheden werken, en dat alles voor een mager maandloon van $150-$200, tot maximaal $250, wat niet meer dan een kwart van de landelijke armoedegrens betekent. En dit is zowat een tiende van wat in vele andere landen betaald wordt, zeker in de ontwikkelde landen. En die uitbuiting bereikt zijn hoogtepunt bij de eenjarige, halfjaarlijkse of zelfs driemaandelijkse arbeidscontracten, en er zijn zelfs werkgevers die arme mijnwerkers helemaal geen arbeidscontract aanbieden.

Tuesday, December 5, 2017

Iran: Zware gevangenisstraffen voor drie politieke gevangenen



 01 december 2017
 Na maanden van onzekerheid werden de gevangenisstraffen voor drie politieke gevangenen, opgesloten in de Gohardasht-gevangenis in Karaj  (ten westen van de hoofdstad Teheran), eindelijk aan hun advocaten bekendgemaakt.
Volgens de berichten werden de politieke gevangenen Mohammad Amirkhizi en Payam Shakiba elk tot 11 jaar gevangenisstraf veroordeeld op grond van drie ingebrachte beschuldigingen. Mohammad Amirkhizi werd bovendien tot twee jaar verbanning met huisarrest in Nik Shahr Sistan (Baluchistan-provincie) veroordeeld. Volgens een ander bericht werd Majid Assadi, een student-activist en politieke gevangene, tot zes jaar gevangenis veroordeeld. En ook hij werd nog eens voor twee jaar verbannen met huisarrest naar Borazjan in Bushehr.
Volgens dit bericht was het proces van hun rechtszaak erg oneerlijk, zoals het feit dat de vertegenwoordiger van het Inlichtingenministerie naast de rechter zat, net alsof hij de op te leggen straf aan het dicteren was.
Vermeld dient nog te worden dat Mohammad Amirkhizi; Majid Assadi en Payam Shakiba in maart 2016 gearresteerd werden en in de gevangenis in een kerker opgesloten; hun lot is tot op heden ongewis. In de loop van een paar maanden werd afdeling 12, waar deze gevangenen vastzaten samen met een aantal andere politieke gevangenen, aangevallen door de veiligheidsagenten  van de gevangenis en werden heel hun uitrusting en bezittingen verwoest of geplunderd. Ze werden allemaal overgebracht naar de extra beveiligde afdeling 10, die 24 uur per dag door bewakingscamera’s geobserveerd wordt. De gevangenbewaarders hebben hen ook alle communicatiemogelijkheden ontnomen.

Deze politieke gevangenen bevinden zich in een communicatie-isolement en beschikken als straf slechts over minimale faciliteiten. Zo hebben zij geen toegang tot radio, televisie en kranten, en ze krijgen hun in beslag genomen bezittingen pas terug als ze zich laten overplaatsen naar de gevangenenafdeling voor gewone misdadigers, wat dan weer  gevaarlijk voor hen is.