Saturday, February 10, 2018

Euro-parlementariërs spreken hun steun uit aan Iraanse opstand



07 februari 2018
Persbericht-Straatsburg -7 februari 2018
Woensdag, 7 februari, werd ter gelegenheid van de 39e verjaardag van de revolutie van 1979 tegen de sjah, een speciale bijeenkomst ter ondersteuning van de Iraanse opstand in het Europese Parlement in Straatsburg gehouden. Tientallen Euro-parlementariërs van verschillende politieke groeperingen namen hieraan deel en spraken o.a. over de protesten die heel Iran, nl. in 142 steden, en dat in alle 31 provincies, geschokt hebben.
De bijeenkomst werd voorgezeten door Gérard Deprez (ALDE), Tunne Kelam (EPP) en Dr. Alejo Vidal-Quadras, een voormalig vice-president van het Europese Parlement,
De volgende punten werden door de Euro-parlementariërs van bijzonder belang geacht:

Het volk van Iran, meer in het bijzonder de jonge generatie, heeft duidelijk gemaakt dat ze opgegroeid zijn onder het Islamitisch fundamentalistische regime en nu een wisseling van regime willen. Velen riepen “weg met de dictator”, “weg met Khamenei” en “weg met Rouhani.”
De reactie van het Iraanse regime was gewelddadig, met 8.000 arrestaties en minstens 12 doden ten gevolge van martelingen. Op straat werden tientallen demonstranten gedood. Het hoofd van de organisatie van Iraanse gevangenissen bevestigde de arrestatie van 5.000 demonstranten. De Europese Unie moet actief worden. Het stilzwijgen van de EU-Hoge Vertegenwoordiger Federica Mogherini en andere EU-functionarissen is onacceptabel. Het volk van Iran rekent erop dat Europa zijn kant kiest.
Iran beleefde een nieuwe ronde van protesten op 1 en 2 februari. De Iraanse Minister van Binnenlandse Zaken verklaarde dat er dagelijks tot wel 150 protesten plaatsvinden. In veel steden waren er anti-regeringsdemonstraties en daarbij talrijke botsingen met de repressieve troepen van het regime. Er vinden elke dag stakingen en protesten plaats.
De economie bevindt zich in een crisis. Met name de werkloosheid en de torenhoge kosten van levensonderhoud  zijn verontrustend. De nationale munt is in de voorbije maand met meer dan 15 procent in waarde gedaald.

M.b.t. de grove mensenrechtenschendingen in Iran en het steeds aanwezige levensgevaar voor de gedetineerden spraken Europese parlementariërs hun steun uit aan de recente resolutie gericht aan de EU, de Europese regeringen en andere internationale instituties om effectieve maatregelen te treffen en bindende besluiten te nemen om de religieuze dictatuur die Iran regeert te bewegen de gevangenen vrij te laten, de vrijheid van meningsuiting en vereniging te respecteren, de onderdrukking van vrouwen te beëindigen en de wetten m.b.t. het dragen van een sluier in te trekken.
De terechtstelling vorige week van een jongeman die bij zijn arrestatie pas 15 was, was nog een shock. De Euro-parlementariërs drongen erop aan dat de EU ervan afziet overeenkomsten te sluiten met bedrijven die banden hebben met de IRGC en andere repressieve agentschappen. Het Iraanse regime moet ervan doordrongen worden dat Europa verdere mensenrechtensancties zou kunnen opleggen. Mensenrechten in Iran kunnen niet gecompromitteerd of gemarginaliseerd worden onder het voorwendsel van politieke consideraties of van het nucleaire akkoord. Elke uitbreiding van politieke en economische betrekkingen met Iran moet aan de voorwaarden van vrijlating van gevangenen en van een beëindiging van de terechtstellingen gekoppeld worden.
Gérard Deprez, Euro-parlementariër
Voorzitter, Vrienden van een vrij Iran, Europees parlement, Straatsburg
Euro-parlementariërs die deelnamen aan de bijeenkomst van vandaag: Franc BOGOVIČ, Cristian BUȘOI, David CAMPBELL BANNERMAN, Pál CSÁKY, Mark DEMESMAEKER, Stefan ECK, José Inácio FARIA, Eduard KUKAN, Svetoslav MALINOV, Anthea MCINTYRE, Jozo RADOŠ, Petri SARVAMAA, Jaromír ŠTĚTINA, Patrizia TOIA, Bogdan WENTA, Laima Liucija ANDRIKIENĖ, Beatriz BECERRA, Arne GERICKE, María Teresa GIMÉNEZ BARBAT, Francis ZAMMIT DIMECH en Milan ZVER.
Vrienden van een Vrij Iran (FoFI) is een informele groep van het Europese Parlement die in 2003 opgericht werd en actief gesteund wordt door talrijke Euro-parlementariërs van verschillende politieke groeperingen




Tuesday, February 6, 2018

Iran: Verplichte hoofddoek is beledigend, discriminerend en vernederend; beëindig de vervolging van vrouwen die hiertegen vreedzaam protesteerden





De Iraanse autoriteiten moeten onmiddellijk en onvoorwaardelijk een vrouw vrijlaten, die op 27 december 2017 in Teheran was gearresteerd vanwege het feit dat zij op vreedzame wijze protesteerde tegen de verplichte hoofddoek (hijab), zo zei Amnesty International vandaag. De organisatie riep opnieuw de Iraanse autoriteiten op om een einde te maken aan de vervolging van vrouwen die zich uitspreken tegen de verplichte hoofddoek en om deze discriminerende en vernederende praktijken af te schaffen. Deze praktijk heeft in Iran tientallen jaren de mensenrechten van vrouwen geschonden, waaronder hun recht om niet gediscrimineerd te worden, recht op vrijheid van geloof en godsdienst, vrijheid van meningsuiting, en bescherming tegen  willekeurige arrestaties en detentie, marteling en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing.
Er is vanaf woensdag 27 december 2017 een video verspreid via sociale platforms, waarop een vrouw te zien is, die alleen op een betonnen bouwsel staat in een drukke straat in Teherans Enqelab (Revolutie) Straat, zonder hoofddoek die in stilte zwaait met een witte vlag in een kennelijk protest tegen de verplichte kledingregels van het land, die onder andere vrouwen dwingt om hun haar te bedekken met een hoofddoek.

Volgens drie ooggetuigen hebben ambtenaren van de rechtshandhaving de vrouw ter plaatse gearresteerd en overgebracht naar een nabijgelegen detentiecentrum, bekend onder de naam Kalantari 148. Sindsdien is er publiekelijk geen informatie over haar lot en verblijfplaats bekend gemaakt wat de vrees voor haar veiligheid en welzijn voedt en wat duizenden mensen ertoe aanzet om deel te nemen aan een campagne op de social media met de Engelse hashtag #Where is She? en het equivalent daarvan in het Perzisch. 
Amnesty International heeft uit twee onafhankelijke bronnen begrepen dat de naam van de vrouw tot nu toe door haar familie wordt achtergehouden uit veiligheidsoverwegingen.
Op 22 januari 2018 schreef de vooraanstaande mensenrechtenadvocate Nasrin Sotoudeh op haar Facebook pagina dat zij er door haar inspanningen en onderzoek achter is gekomen dat de vrouw aanvankelijk na haar arrestatie was vrijgelaten maar vervolgens weer was aangehouden. Zij verklaarde dat er een strafzaak tegen haar is geopend bij het kantoor van de officier van Justitie van Zone 6 in Teheran. Volgens informatie die Nasrin Sotoudeh heeft verkregen en openbaar gemaakt is de vrouw rond de 31 jaar oud en heeft ze en kindje van 19 maanden.
Amnesty International heeft vernomen dat op dezelfde dag, 27 december 2017, een ander vrouw, van ongeveer 18, ook in Teheran is gearresteerd vanwege vreedzaam protesteren tegen de verplichte hoofddoek. Ook haar familie en advocaat houden uit veiligheidsoverwegingen haar naam achter.
De vrouw zit in afwachting van het proces vlakbij Teheran vast in de Gharchak gevangenis in Varamin, waar vrouwen die veroordeeld zijn voor gewelddadige misdrijven gevangen zitten onder buitengewoon slechte omstandigheden. (Amnesty International – 24 januari 2018)

Iran: Gezondheidstoestand van politieke gevangenen verslechtert



, 31 januari 2018 19:09

(v.l.n.r. op de foto) Saeid Shirzad en Majid Assadi
De gezondheidstoestand van de politieke gevangenen in  de Iraanse Rajaee-Shahr-gevangenis is verslechterd omdat gevangenisfunctionarissen en de regime-rechtspraak de gevangenen beletten naar gezondheidscentra te gaan. Volgens berichten bevindt de politieke gevangene ‘Majid Assadi’, die een levertumor heeft, zich in kritieke toestand ten gevolge van de ontzegging van de noodzakelijke medische behandelingen.
In de periode daarvóór heeft de familie van Assadi zich herhaaldelijk tot het Openbaar Ministerie gewend met het verzoek de politieke gevangene naar een ziekenhuis te brengen voor een gespecialiseerde behandeling, een verzoek dat nog steeds niet door de regimefunctionarissen is ingewilligd, ondanks het dringende advies van de artsen om Majid Assadi onmiddellijk voor een gespecialiseerde behandeling op te nemen.
En ook Saeid Shirzad heeft intussen geen medische behandeling na zijn langdurige hongerstaking gekregen. Deze politieke gevangene lijdt aan een nierkwaal en heeft problemen met de tussenwervelschijven, en zijn gezondheidstoestand is verslechterd na zijn hongerstaking.
Ennu – na twee maanden van oproepen door de familie van Shirzad – heeft de officier van justitie toegestaan dat de politieke gevangene een fysiotherapeutische behandeling ondergaat, maar de gevangenisfunctionarissen weigeren die nog steeds.
Majid Assadi was enkele maanden geleden tot zes jaar gevangenis veroordeeld wegens daden tegen de nationale veiligheid zoals ‘samenkomsten, samenzwering en verspreiding van propaganda tegen het regime’.
Hij verklaarde enkele weken geleden dat de rechtbank zijn weigering om deel te nemen aan een uitzending van de staatstelevisie als een bewijs aanzag in lijn van de beschuldigingen. Majid Assadi werd in januari 2017 thuis  gearresteerd in Karaj door veiligheidstroepen, waarbij de agenten zijn woning inspecteerden en sommige persoonlijke bezittingen in beslag namen.
Assadi, 34, was al eens eerder gearresteerd voor zijn politieke activiteiten. De voormalige student-activist aan de Teheraanse Allameh Tabatabi Universiteit werd voor de eerste keer gearresteerd in juli 2008 door het Ministerie van Inlichtingen. Drie maanden later werd hij op borgtocht vrijgelaten. In maart 2010 veroordeelde de Kamer 15 van de Revolutionaire Rechtbank, voorgezeten door rechter Salavati, hem tot vier jaar gevangenisstraf op beschuldiging van ‘samenkomst en samenzwering ter beraming van handelingen tegen de nationale veiligheid’. Dit vonnis werd vervolgens ook door het hof van beroep bevestigd, waarop de voormalige student-activist op 5 oktober 2011 naar de afdeling 350 van de beruchte Evin-gevangenis overgebracht werd. Na het uitzitten van die vierjarige straf werd Assadi op 8 juni 2015 uit de gevangenis ontslagen.
Saeid Shirzad en een aantal andere politieke gevangenen hielden vanaf 23 juli 2017 een hongerstaking, die twee maanden zou duren, waarmee ze wilden protesteren tegen de voortdurende druk op hen als gevangenen door functionarissen van de Rajaee-Shahr-gevangenis. Later werd Shirzad afgeranseld en midden september 2017 naar de afdeling 3 van de gevangenis overgebracht.
Shirzad werd voor de eerste keer gearresteerd na het opzetten van een hulpoperatie voor de aardbevingsslachtoffers van Aserbeidjan. Hij werd 19 dagen later op borgtocht vrijgelaten. Op 2 juni  2014 werd Shirzad opnieuw gearresteerd en wel op zijn werkplek in de Tabriz-raffinaderij en naar de Evin-gevangenis overgebracht. Later werd hij verbannen naar de Rajaee-Shahr-gevangenis wegens zijn volharding in de protesten van de gevangenen.
Na 15 maanden van onzekerheid en gevangenzetting werd Shirzad beschuldigd van ‘samenkomsten en samenzwering’ en tot vijf jaar gevangenisstraf veroordeeld door Kamer 15 van de Revolutionaire Rechtabnk (rechter was Abolghasem Salavati). Deze straf was verzwaard omdat hij eerder als politieke gevangene tot één jaar voorwaardelijke gevangenisstraf veroordeeld was, een vonnis dat nu met de nieuwe straf verrekend werd.
Wat zijn activiteiten betreft: zo was Shirzad betrokken bij hulpoperaties in de aardbevingsgebieden van zowel Bushehr als van Sistan en Baluchestan. Shirzad engageerde zich ook bij het onderwijs aan door de aardbeving getroffen kinderen door opleiding in gezondheidszorg en materiële voorzieningen voor aardbevingsslachtoffers, zoals standaard elektriciteitsvoorziening, correspondentie over Conex-onderkomens, en communicatie met de lijdende kinderen, om voor hen de miserabele toestand draaglijker te maken.