Friday, September 15, 2017

Hoge UNO-Commissaris voor Mensenrechten: De situatie in Iran ps alarmerend



 13- sep- 2017     De Hoge UNO-Commissaris voor Mensenrechten, Zaid Raad al-Hussein, heeft het Iraanse regime omschreven als een van de meest alarmerende landen op het gebied van de mensenrechten.
Hussein, die afgelopen dinsdag voor de Raad voor Mensenrechten in Genève sprak, beschreef de strenge beperkingen van de vrijheid van mening en meningsuiting en de arrestaties van mensenrechtenverdedigers, journalisten en activisten in sociale netwerken in Iran. De Hoge Commissaris verklaarde m.b.t. tot de wijdverbreide mishandeling van gevengenen dat zelfs de rechtspraak aangeklaagden op een echt onmenselijke wijze behandelt. Hij verklaarde dat Iran het hoogste aantal doodvonnissen ter wereld heeft, waarvan vele wegens drugsmisdrijven, die als misdrijven wereldwijd in de rest van de wereld niet als grond voor doodvonnissen gezien worden.
Iran was een van de weinige landen die Hussein ter sprake bracht bij de Raad voor Mensenrechten in Genève in zijn toespraak over de mensenrechtensituatie in de wereld, ter gelegenheid van zijn laatste jaar in functie als Hoge Commissaris.
De Hoge Commissaris voor Mensenrechten zei in zijn toespraak: “Iran gaat door met zijn strenge beperkingen van de vrijheid van mening en meningsuiting. Mijn bureau ontving talrijke berichten over arrestaties en gevangenzetting van mensenrechtenverdedigers, journalisten en activisten op de sociale media. Slechte behandeling van gevangenen is wijdverbreid, en bovendien veroordeelt de rechtspraak delinquenten tot wrede, onmenselijke en vernederende behandelingen, waaronder amputatie van ledematen en blindmaking. Iran blijft ook het land met het hoogste gemelde aantal terechtstellingen per hoofd van de bevolking. Veel van deze terechtgestelden zijn drugsdelinquenten, die volgens internationaal recht niet als schuldig aan de ‘meest ernstige misdrijven’ gelden. Sinds begin dit jaar zijn minstens vier kinderen ter dood gebracht, en minstens 89 verdere kinderen bevinden zich in een dodencel. Vorige maand heeft het Iraanse parlement eindelijk een amendement aangenomen dat de drempel voor de doodstraf bij drugskoerierdiensten duidelijk verhoogd heeft, alhoewel andere drugscriminelen nog steeds met de mogelijkheid van de doodstraf rekening moeten houden. Het amendement moet nu nog wel door de Wachtersraad goedgekeurd worden.”
De mensenrechtensituatie in Iran is zo slecht dat in de afgelopen paar jaar talrijke internationale organisaties en mensenrechtenverdedigers er stelling tegen genomen hebben. Het hoge aantal terechtstellingen, de onderdrukking van religieuze en etnische minderheden, de schendingen van de vrijheid van mening en meningsuiting en de opsluiting van dissidenten en activisten voor burgerrechten door dit regime worden veroordeeld.
Een deel van de Amerikaanse sancties tegen het Iraanse regime zijn gebaseerd op de mensenrechtenschendingen. Het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft in mei van dit jaar in het kader van de opgelegde sancties het Congres een lijst doen toekomen van regimefunctionarissen die verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen.
Amnesty International heeft eveneens een gedetailleerd rapport gepubliceerd met daarin een beschrijving van de talrijke arrestaties en opsluitingen van mensenrechtenverdedigers in Iran en verklaard dat de Iraanse rechtspraak en het veiligheidsapparaat mensenrechtenverdedigers  als criminelen en opponenten van het regime behandelt.

Tuesday, September 5, 2017

Aan de politieke gevangenen in hongerstaking in de Gohardasht-gevangenis in Karaj, Iran



31 augustus 2017

Oo 30 augustus 2017 stuurde Gérard Deprez, lid van het Europese Parlement en voorzitter van de Vrienden van een Vrij Iran in het Europese Parlement, volgende brief aan de hongerstakende politieke gevangenen in Iran:
Beste Vrienden,
Ik schrijf u als voorzitter van de Vrienden van een Vrij Iran in het Europese Parlement, een vereniging die de steun geniet van ca. 300 parlementsleden van verschillende politieke strekkingen. Ik spreek in eerste instantie u allen hiermede mijn hoogste achting en bewondering uit. Door uw moedig verzet hebt u de wereld een deel van het ware karakter van deze religieuze dictatuur getoond.
Bij het begin van de tweede maand van uw hongerstaking hebt u ernaar gestreefd uw rechten te herstellen en de aspiraties van het Iraanse volk tot uitdrukking te brengen, nl. vrijheid en democratie, waarvoor u bereid bent elke prijs te betalen. U bewandelt hiermee daadwerkelijk de weg van de 30.000 politieke gevangenen die in de zomer van 1988 op brute wijze vermoord werden, om de reden dat ze voor vrijheid opkwamen.
In de afgelopen 4 weken van uw hongerstaking hebben wij in het Europese Parlement verschillende resoluties gepubliceerd ter ondersteuning van uw gerechtvaardigde eisen en geprobeerd om uw stem te zijn. Gedurende deze staking is het Iraanse regime gedwongen geweest, een aantal van uw verzoeken te accepteren, maar zowel u als wijzelf hebben nog een lange weg af te leggen vóór we onze doelstellingen realiseren.
Staat u ons in de huidige omstandigheden alstublieft toe er bij u op aan te dringen ook in de tweede maand in uw hongerstaking te volharden. Wij beloven u ten volle te ondersteunen bij uw gerechtvaardigde eisen. Wij hebben u in goede gezondheid en met voldoende energie nodig, zodat u uw strijd voor vrijheid nog veel beter dan voorheen kunt voortzetten.
Uw broeder,
Gérard Deprez MEP
Voorzitter, Vrienden van een Vrij Iran
Europees Parlement
Brussel 
30 augustus 2017

IRAN: De Unie van de leraar roept de VN op om te onderzoeken op de massacre van 1988



Zaterdag 26 augustus riep een woordvoerder van de Iraanse Onderwijzersbond VN Secretaris Generaal Antonio Gutteres en de Speciaal Rapporteur bij de VN voor de mensenrechten, Asma Jahangir, op een onderzoek in te stellen naar de massamoord op 30.000 politieke gevangenen in 1988.
Seye Hashem Khastar, een voormalig politieke gevangen, omschreef in zijn brief de massamoord op politieke gevangenen van 1988 in Iran als “een diepe wond in het lichaam van de menselijkheid en de Iraanse samenleving”. Hij riep de VN ook op om de daders van deze misdaad te vervolgen, zodat deze wond kan genezen.
De heer Khastar schrijft: “De Iraanse regering onder leiding van Khomeini, die al heel lang van plan waren om gevangenen en gewetensbezwaarden te elimineren, maakten in de zomer van 1988 misbruik van de omstandigheden na de nederlaag in de oorlog tegen Irak, door meer dan 30.000 politieke gevangenen te doden en in massagraven te begraven.
Hij schreef verder dat onder de slachtoffers gevangenen uit heel Iran waren, waarvan velen hun straf al helemaal of bijna hadden uitgezeten. Anderen zaten zelfs een levenslange straf uit. De heer Khastar refereerde ook aan de repressieve maatregelen van het regime: “Na de revolutie tegen de monarchie, waarvan de belangrijkste slogan ‘vrijheid’ was, creëerden de machthebbers een diepe crisis voor de Iraniërs met valse voorwendselen. Hun intentie was om de vrijheid van het volk te beknotten en daartoe begingen ze zonder aarzeling alle denkbare misdaden. Ze ontbonden alle partijen en plaatsten alle publicaties onder censuur. Hun excuus was dat ze de geboden van de Goddelijke religie Islam uitvoerden, terwijl religie vooral het welzijn van mensen tot doel heeft en niet de ontberingen en ellende van het volk.
De voormalige politieke gevangene drong erop aan de daders voor het gerecht te brengen en vervolgde: “Niet alleen het Iraanse volk, maar de hele wereld zou getuige moeten zijn van het strafproces tegen de daders van deze misdaad, zodat de tragedie nooit vergeten zal worden en nooit herhaald.
Khastar eindigde zijn brief met de woorden: “Het proces zal bijdragen aan het bereiken vrijheid en democratie voor het Iraanse volk tegen een lagere prijs.”