Monday, May 8, 2017

Iran: Judiciary Dismisses Appeal of Six Kurdish Political Prisoners Iran: Rechterlijke Macht Verwerpt Beroep van Zes Koerdische Politieke Gevangenen



Details
zaterdag 29 april 2017

De rechterlijke maht van Urmia, in het noordwesten van Iran, heeft het beroep verworpen dat dat aangetekend was door de advocaat van zes politieke gevangene, die vast zitten in de Miyandoab Gevangenis.
Het hooggerechtshof van Iran bevestigde de uitspraak van de rechtbank voor strafzaken van Miyandoab, na de zaak zes maanden geëvalueerd te hebben zonder één enkele hoorzitting te hebben gehouden of getuigen te hebben gehoord.
De families van deze politieke gevangenen hadden een ontmoeting met de ambtenaren van de rechterlijke macht van Urmia bij hun verzoek om beroep, maar alles tevergeefs.
Kamal Ahmadnejad en vijf anderen uit een dorp bij de stad Miyandoab, te weten: Helmat Abdulahi, Suleiman Kari, Milad Abdi, Saeed Siahi en Mostafa Tahazadeh, werden gearresteerd op beschuldiging van het vermoorden van een Basji lid en hebben zes maanden lang in eenzame opsluiting vastgezeten bij Urmia’s veiligheidsdienst, waar zij werden ondervraagd en gemarteld.
Een dossier van 400 pagina’s werd opgesteld tegen deze politieke gevangenen door het ministerie van Veiligheid, terwijl de advocaat en de families van deze gevangenen bewijs hadden voorbereid waarmee hun volmaakte onschuld werd bewezen..
Het is van belang om hierbij aan te tekenen dat de gevangenen alle beschuldigingen tegen hen hebben ontkend en hebben gezegd dat hun bekentenissen werden verkregen door intense marteling.

Wednesday, May 3, 2017

Mensenrechtenexpert van de VN Veroordeelt Verzonnen en Schadelijke Verhalen van de Pers van het Iraanse Regime



25 april 2017

Genève (24 april 2017) – Asma Jahangir, de Speciale Rapporteur van de Verenigde Naties voor de situatie van mensenrechten in de Islamitische Republiek Iran, heeft een rapport report, gepubliceerd door het Iraans Nieuws Agentschap (IRNA), aan de kaak gesteld, waarin wordt beweerd dat zij van plan was een bezoek te brengen aan Saoedi-Arabië met de bedoeling de autoriteiten in Teheran te belasteren.
Het rapport suggereerde ook dat mevrouw Jahangir de bedoeling had om de missie uit te voeren uit naam van militaire belangen. Maar de Speciale Rapporteur heeft het nieuws-onderwerp veroordeeld en nadrukkelijk ontkend.
 “Ik ben geschrokken van dit verzonnen en schadelijke nieuwsverhaal dat er duidelijk op is gericht mijn integriteit en onafhankelijkheid in gevaar te brengen, die allebei internationaal erkend worden” zei mevrouw Jahangir.
 “Iedereen die een inhoudelijk meningsverschil heeft met de beoordeling van een Speciaal Rapporteur kan altijd zijn twijfel uitspreken. Het is echter onaanvaardbaar voor mandaathouders te worden onderworpen aan laster campagnes bij het vervullen van hun taken
die door de Raad voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties zijn opgelegd.” benadrukt zij.
 “Deze beschuldigingen versterken ongelukkigerwijs de beoordeling die ik heb opgesteld in mijn eerste rapport aan de Mensenrechtenraad van de VN over het klimaat van angst dat bestaat in Iran, waar soortgelijke methodes worden gebruikt om degenen die een afwijkende mening uiten het zwijgen op te leggen.” voegde zij er aan toe.
De Speciale Rapporteur herhaalde dat lastercampagnes haar niet in de verdediging zouden brengen, noch haar onafhankelijkheid in gevaar brengen betreffende het rapporteren over de uitdagingen waar Iraniërs zich voor geplaatst zien, als het gaat om hun rechten, waardigheid en vrijheden.
Mevrouw Asma Jahangir (Pakistan) was uitgeroepen tot Speciaal Rapporteur over de mensenrechtensituatie in de Islamitische republiek Iran door de Raad voor de Mensenrechten in september 2016. Mevrouw Jahangir was verkozen tot president van de orde der advocaten voor het Hooggerechtshof van Pakistan en tot Voorzitter van de Commissie voor Mensenrechten van Pakistan. In de loop der jaren is zij zowel nationaal als internationaal erkend vanwege haar bijdrage aan de mensenrechtenkwestie en heeft zij daar belangrijke erkenning voor ontvangen. Zij heeft intensief gewerkt op het gebied van vrouwenrechten, bescherming van religieuze minderheden en in het uitbannen van gedwongen arbeid. Zij is voormalig Speciaal Rapporteur over standrechtelijke executies en over godsdienst vrijheid.
De Speciale Rapporteurs en Werkgroepen maken deel uit van wat bekend staat als de ‘Speciale Procedures’ van de Raad voor Mensenrechten. Speciale Procedures, de grootste groep van onafhankelijke deskundigen in het systeem van de VN Raad voor de Mensenrechten, is de algemene naam van de controlemechanismen van de Raad en het onafhankelijk onderzoek naar de feiten en die gaan òf over situaties in een specifieke land òf thematische onderwerpen in alle delen van de wereld. De experts van ‘Speciale Procedures’ werken op vrijwillige basis; Zij zijn geen staflid van de VN en krijgen voor hun werk geen salaris. Zij zijn onafhankelijk van alle regeringen of organisaties en dienen vanuit hun individuele capaciteit.

De onwettige en willekeurige terechtstellingen van jeugdige delinquenten in Iran



30 april 2017

 Deskundigen van de Verenigde Naties hebben Iran opgeroepen de internationale mensenrechten te respecteren en te stoppen met de terechtstelling van gevangenen die een misdrijf begaan hadden op het moment dat ze nog kinderen waren. Ze drongen er bij de  Iraanse autoriteiten op aan af te zien van de terechtstelling van twee ter dood veroordeelden vóór de leeftijd van 18 jaar.
Zij verklaarden dat het hen ontmoedigde te moeten vernemen dat er een “weergaloze toename” is in het aantal terechtstellingen van jeugdige delinquenten in de Islamitische Republiek Iran. Ze zeiden de stress en het psychologische lijden van de adolescenten in de gevangenis “ontzettend” te vinden, waarbij deze in het onzekere gelaten worden, wat volgens hen alleen maar een extra marteling is.
Een van de personen in kwestie is Mehdi Bohlouli, die 17 was toen hij ter dood veroordeeld werd voor het tijdens een gevecht doodsteken van een man. Zijn terechtstelling zou reeds enkele weken geleden plaatsvinden – ongeveer 15 jaar na zijn veroordeling, maar deze werd luttele uren vóór de voltrekking gestopt, waarbij onduidelijk blijft of deze hiermee naar een latere datum verschoven wordt of niet.
De andere persoon in kwestie is Peyman Barandah, die 15 was toen hij ter dood veroordeeld werd. Ook hij was ter dood veroordeeld voor het doodsteken van een andere persoon. Hij zou volgende maand terechtgesteld worden, maar het is onzeker of een uitstel mogelijk is.
De UNO-deskundigen verklaren dat dit de zesde geplande terechtstelling van een jeugdige delinquent is sinds het begin van het jaar, en dit betreft alleen de bekende gevallen – er kunnen andere niet openbaar gemaakte gevallen zijn. In twee bekende gevallen heeft de terechtstelling reeds plaatsgevonden.
 
Bezorgd als ze zijn dat deze trend verder zou doorgaan, verklaren zij: “Ervan uitgaande dat minstens 90 personen zich begin april in de dodencel bevinden wegens misdaden begaan op een leeftijd onder de 18 jaar, ligt het exacte aantal terechtstellingen of dat van hen die het risico lopen terechtgesteld te worden, waarschijnlijk veel hoger.

Iran heeft in 2013 een amendement in zijn strafwetboek opgenomen dat het jongeren de mogelijkheid tot heropening van het proces biedt. In 2016 verzekerde Iran de UNO-Commissie voor de Rechten van het Kind dat het dit systematisch op alle jongeren in de dodencellen zou aanwenden.
Maar Iran heeft zich niet aan zijn belofte gehouden. Een aantal van hen die onlangs werden terechtgesteld, wist totaal niet dat hun zaak kon heropend worden, en Mehdi Bohlouli en Peyman Barandah verzochten om heropening van hun rechtszaak, wat echter vervolgens door de Opperste Rechtbank verworpen werd. In andere gevallen werden de rechtszaken weliswaar heropend, maar werden de delinquenten wederom ter dood veroordeeld.
Iran is verplicht jongeren volgens de mensenrechtenconventies te behandelen, maar handelt er niet naar. Volgens de deskundigen handelt Iran onwettig en zij roepen de internationalr gemeenschap op actie te ondernemen.