Wednesday, April 26, 2017

Iran: Bouwvallige scholen gevaar voor leven van scholieren




      07 april 2017 
 Volgens de directeur van de dienst Modernisering van descholen in de provincie Teheran zijn er bijna 1.000 bouwvallige, onveilige scholen in de provincie, d.w.z. 25-30 procent van de totale onderwijssector.
De onderwijsfunctionaris van het regime verklaarde dat minstens drie miljard toman nodig zouden zijn om een verouderde school te renoveren, wat duidelijk maakt dat het praktisch onmogelijk is de financiële middelen vrij te maken om zo’n duizend scholen te moderniseren.
Deze scholen zijn gemiddeld 35-40 jaar oud, sommige zelfs nog ouder, en zijn nog steeds in gebruik, ondanks het feit dat ze niet aan de standaardvereisten voldoen en zich in eenkritieke, onbruikbare staat bevinden. (Officiële Khabar-TV, 4 april)
Verder heeft het hoofd van de nationale dienst Modernisering van de scholen melding gemaakt van 164.000 klaslokalen in het hele land die gerenoveerd zouden moeten worden. (Staatsnieuwsagentschap ISNA, 31 maart 2017)
Het Tasnim-nieuwsagentschap citeert het hoofd van het ‘Iraanse sponsor-verbond van Schoolbouwers’: “de bouwvallige scholen vormen een gevaar voor miljoenen scholieren.” (Officieel Tasnim-nieuwsagentschap, 24 maart2016)
Voeg daarbij ook nog het feit dat niet alle scholieren de mogelijkheid hebben om aan gewone scholen te studeren. Een vrij groot deel van de scholieren is gedwongen in ‘semi-permanente klaslokalen’, die verre van veilig zijn, te studeren.
Kanaal vijf van de staatstelevisie berichtte onlangs over een school in het dorp Yousefkal in de provincie Sardasht, waar de scholieren geconfronteerd werden met een ontplofte centrale verwarming, en dat amper een uur vóór het begin van de lessen. Het bericht meldde verder dat er veel semi-permanenteklaslokalen zijn in het land, die dus ver afstaan van de onderwijsstandaarden.
De bouwvallige scholen en de krappe onderwijsaccomodatiesvormen niet alleen een gevaar voor het leven van de scholieren, maar schaden ook hun leermogelijkheden.
In dit verband ook citeert de website van het ‘uitvoerend hoofdkwartier van het Imam-regime’ het hoofd van de ‘East-Azerbaijan School Modernization Task Force’: “een paardagen geleden bezocht ik een 1.700 m2 grote school nabijTabriz, waar 530 scholieren les kregen in banken die tot vlakbij het schoolbord stonden. Deze omstandigheden ondermijnen zowel scholieren als leraren en halen het leerniveau duidelijk naar beneden omdat er te weinig ruimte is voor een klaslokaal, waardoor alles ver onder de stadaarden blijft.”
Zo wordt ook duidelijk dat bouwvallige scholen niet beperkt blijven tot bepaalde steden of provincies, maar overal in het land voorkomen.
Als in provincies als Teheran, West- en Oost-Aserbeidjan al dergelijke omstandigheden voorkomen, dan is makkelijk te voorspellen hoe deplorabel de toestand van scholen in afgelegen, armere provincies als Sistan en Baloetsjistan moet zijn.
Ondanks dergelijke gevaarlijke omstandigheden heeft het regime er echter niets aan gedaan. Omdat van jaar tot jaar meer gelden vrijgemaakt moeten worden voor veiligheidsdiensten als de Revolutionaire Garde enordehandhavingseenheden, blijft het onderwijsbudget zo laag dat 98 procent ervan besteed wordt aan onderwijsssalarissen, zoals regimefunctionarissen ook toegeven.
De voormalige Afgevaardigd Onderwijsminister verklaarde in een interview met het Quds Force’s Tasnim-nieuwsagentschap dat 2017 een zwaar jaar voor het ministerie zou worden.
“Het Onderwijsministerie zou in 2017 33 duizend miljard aan zijn personeel moeten uitbetalen. Dit betekent dat er ook dit jaar een tekort aan financiële middelen zal ontstaan.” 
De regimefunctionaris voegde eraan toe dat het budget voor 2016 ook al niet de uitgaven van het ministerie dekte. “Als het Onderwijsministerie per maand gemiddeld 2.500 miljardtoman aan zijn personeel uitbetaalt, zal het de nieuwjaarsbonus niet kunnen betalen, wat dus op een verborgen deficit neerkomt. Indien de noodzakelijke financiële middelen niet in de staatsbegroting aan het onderwijsministerie worden toegewezen, dan betekent dit dat de schoolhoofden zullen gedwongen worden kosten op de gezinnen te verhalen, waarmee gezinnen dus openbare scholengaan onderhouden.” (Officieel Tasnim-nieuwsagentschap, 5 december 2016)
De werkelijkheid is dat de hoop dat het regime het probleem van bouwvallige scholen zou aanpakken, erg onrealistisch is, omdat het bij de geldende corruptie en plunderingen door het regime irrelevant blijft, terwijl het gevaar voor miljoenen in bouwvallige scholen studerende scholieren totaal onbelangrijk gevonden wordt.

Wednesday, April 5, 2017

Iraans Hof legt Christelijke Bekeerling ook Gevangenisstraf van Vijf Jaar op 29 maart 2017





- De gevangenisstraf van vijf jaar die de rechtbank in eerste instantie de Iraanse christelijke bekeerling, Ebrahim Firouzi, oplegde, is in hoger beroep bekrachtigd.
Het zogenaamde Revolutionaire Hof heeft Firouzi schuldig bevonden aan “het vormen van een groep met als doel de nationale veiligheid te ontwrichten”, terwijl verdedigers van de mensenrechten zeggen, dat Firouzi alleen maar in de gevangenis zit om zijn geloof.
Afdeling 28 van de zogenaamde Revolutionaire Raad van Teheran, voorgezeten door Mohammad Moghiseh veroordeelde Ebrahim Firouzi in maart 2015 tot vijf jaar gevangenisstraf op beschuldiging van “het vormen van een groep om de nationale veiligheid te verstoren”.
Volgens rapporten ontkende Ebrahim Firouzi bij elk onderdeel van het gerechtelijk proces dat hij ooit een groep zou hebben gevormd om de nationale veiligheid te verstoren. Desalniettemin, was het gepresenteerde bewijs bij het hoger beroep gedeeltelijk hetzelfde als wat eerder tegen hem was ingebracht, wat geleid had tot de straf die hem in het verleden was opgelegd.
Firouzi heeft in de Rajaeeshahr gevangenis gezeten in Karaj nadat zijn straf was uitgesproken. Nu vertelt Mansour Borji, woordvoerder voor het Artikel 18 Comité van de Verenigde Raad van Iraanse Kerken in Londen (Hamgaam) aan Radiofarda dat Firouzi’s straf bekrachtigd is en dat de christelijke bekeerling de komende jaren in de gevangenis moet doorbrengen.
Ook volgens ‘Mohabat Nieuws’, een Iraans christelijk contactpunt, is het eindoordeel van de beroepszaak op 14 januari 2017 uitgesproken.
Volgens rapporten is Ebrahim Firouzi ook al eens eerder gearresteerd en voorgeleid. In 2013 heeft het Revolutionaire Hof in Robat Karim, Teheran, Forouzi veroordeeld tot één jaar in de gevangenis en een verbanning van twee jaar uit de stad Sarbaz, Sistan en de provincie Baluchestan, op beschuldiging van “propaganda tegen de Islamitische Republiek”, van “het vormen en leiden van een tegennatuurlijke, evangelische, christelijke groepering” en van “het hebben van banden met buitenlandse antirevolutionaire personen en netwerken”, zegt Mohabat Nieuws.
Er zijn diverse rapporten over de afgelopen jaren over het arresteren en berechten van christelijke bekeerlingen in Iran. Een aantal mensenrechten organisaties publiceerden een gezamenlijke verklaring in december 2016, waarin ze de internationale gemeenschap vragen om te proberen vervolging van christelijke bekeerlingen in Iran te stoppen.

Saturday, April 1, 2017

Iran: Vrouwen worden Gearresteerd, Gemarteld en Geëxecuteerd onder Rohani’s Toezicht





 Woensdag, 22 maart 2017

Iran is een Leidende Staat als het om Onderdrukking van Vrouwen gaat
Van alle dictators is bekend dat zij hun tegenstanders onderdrukken, liegen tegen de samenleving over hun beleid en gebruik maken van elke denkbare misdaad die nodig is om aan de macht te blijven. Hitler geloofde dat een leugen ongerijmd moest zijn om deze geloofwaardig te maken.
Terwijl de wereld 8 maart markeert als Internationale Vrouwendag, heeft de president van het  Iraanse regime, Hassan Rohani, onlangs opmerkingen gemaakt over vrouwenrechten (!) in een poging om zijn aandeel in het schoolrapport voor vrouwenhater van het Iraanse regime te camoufleren. Shahriar Kia schreef op 7 maart 2017 in ‘American Thinker’ het artikel dat als volgt luidt:
In zijn eigen memoires op pagina 571 tot 573 legt Rohani gedetailleerd uit hoe hij in 1980 begonnen is met de handhaving van verplichte hijab verordeningen, toen de moellahs hun historische campagne tegen Iraanse vrouwen startten.
Op een meer algemene schaal staat Rohani bekend om zijn absurde opmerkingen. Tijdens de campagne rond de presidentsverkiezingen van 2013 zei hij een keer: “Niet alleen geloof ik, dat wij helemaal geen politieke gevangenen zouden moeten hebben, maar ik geloof dat wij helemaal geen gevangenen zouden moeten hebben.”
Deze zelfde Rohani heeft in 1908 toen hij parlementslid was een theorie te berde gebracht van hoe je in het hele land voor veiligheid kunt zorgen: “Samenzweerders moeten voor het volk in het openbaar worden opgehangen tijdens het vrijdags gebed om meer invloed te hebben” zei hij, volgens de officiële Sharq website.
Rohani’s ambtstermijn is ook de thuisbasis van het keurmerk van systematische onderdrukking van vrouwen, arbeiders, studenten, schrijvers, journalisten, dissidente bloggers; van het opleggen van armoede en werkeloosheid aan een meerderheid van de Iraniërs; van onafgebroken bedreigingen van de media. Het straffen van politieke gevangenen is aanzienlijk toegenomen zelfs vergeleken met de jaren van Irans stokebrand Mahmoud Ahmadinejad. Tijdens Rohani’s bewind vol schendingen van de mensenrechten zijn er gemiddeld twee of drie mensen per dag terechtgesteld.
Van Iraanse vrouwen is hun grote deelname aan universitaire scholing bekend. Maar Iraanse vrouwen maken een kleinere kans om deel uit te maken van de beroepsbevolking dan hun tegenhangers in het door oorlog verscheurde Afghanistan en Irak. Dit ondanks het feit dat Rohani had gepleit om alle belemmeringen voor vrouwen weg te nemen en hen te voorzien van een groter aandeel in de politiek en economie.
Statistieken over de periode van maart 2015 tot maart 2016 tonen dat werkloosheid onder jonge Iraniërs hoger lag dan 26% en dat van de vrouwen er 42% geen werk had.
 “Uitgaande van cijfers waren er 300.000 vrouwen aan het werk met sociale verzekeringen. Deze cijfers zijn echter teruggezakt naar 100.000” zei Soheila Jelodarzadeh, adviseur van Rohani’s Minister van Industrie, Mijnen en Handel tegen het officiële ILNA nieuwsagentschap.
Wat betreft de kloof in beloning tussen mannen en vrouwen werkzaam in fabrieken, voegde deze adviseur er aan toe, ontvangen vrouwen in veel gevallen minder dan een derde van het vastgestelde minimumloon.
Rohani heeft ook gepleit voor het instellen van een Ministerie van Vrouwenzaken. Niet alleen is een dergelijk ministerie nooit tot stand gekomen, er ontbreekt in Rohani’s kabinet zelfs een vrouwelijke minister.
Gedurende de vier jaren van zijn bewind had Rohani de leiding over de vorming van aparte universiteiten voor mannen en vrouwen, waar vrouwen tot veel faculteiten beperkt toegang hebben. Veel studieboeken zijn gewijzigd ten nadele van vrouwen en vele terreinen worden uitsluitend aan mannen toegewezen.
Misschien is de gruwelijkste misdaad wel het fenomeen geweest van straatterroristen van het regime die zuur over vrouwen gooiden. Er is niet één persoon gearresteerd nadat rond de 15 vrouwen in de stad Isfahan waren aangevallen met bijtend zuur.
Inherent aan de aard van het regime van de moellahs zijn er geen specifieke cijfers over hoeveel vrouwen er zijn gearresteerd, gemarteld en terechtgesteld onder Rohani’s toezicht. Wees er echter maar van verzekerd, dat dergelijke statistieken, op zijn minst, bijzonder verontrustend zouden zijn.
Op 27 januari 2016, samenvallend met Rohani’s bezoek aan Frankrijk, hebben de leden van de Nationale Assemblée van het land een open brief aan President Hollande in Le Figaro gepubliceerd:
 “… de nieuwe versie van Irans Islamitische Wetboek van Strafrecht gaat door met het legaliseren van het stenigen tot de dood erop volgt.
In het algemeen staan vrouwen onder druk door gelegaliseerde discriminatie wat betreft het huwelijk, echtscheiding, het ouderschap en het erfrecht. Vrouwen worden nog steeds beschouwd als minderen, ze mogen niet werken en kunnen zonder toestemming van hun man  niet reizen.
Een wet uit 2013 is in het Iraanse parlement bekrachtigd die het mannen toestaat hun geadopteerde dochters te huwen zodra deze 13 jaar worden. Dit komt neer op het legaliseren van ongewenste seksuele intimiteiten met kinderen…”
Deze kleine staalkaart van feiten toont, dat ondanks al zijn beweringen dat hij “gematigd” of “hervormer” zou zijn, Rohani’s schoolrapport bewijst, met name wat vrouwenrechten betreft, dat hij niets meer of minder is dan nog een loyale aanhanger van het regime van de moellahs, dat ernaar streeft de gevestigde orde intact te houden.
Ondanks het feit dat Iran een van de meest meedogenloze regimes kent als het om vrouwenrechten gaat, gelooft men dat de vrouwen van Iran kunnen zorgen voor verandering, tenzij die onderdrukt wordt.